Door
Bert Kobus
op
02-09-2009
| 866 keer gelezen
| 0 reacties
Dit gaat over:
coach
,
coachen
,
irriteren
,
provcatief
,
timing
,
uitdagen
Client: ‘Ik ben mijn baan kwijt, mijn kinderen zijn het huis uit en ik ben pasgeleden gescheiden. Mijn leven heeft geen zin meer.’ Coach: ‘Klopt. Het vervelende is echter: u ademt nog steeds. Dat betekent dat u uw tijd moet uitzitten.U bent nu vijftig en u wordt misschien wel tachtig. Hoe krijgt u die tijd om? Ik ken nog meer bejaarden en die gaan veel rommelmarkten af, gewoon om de tijd te doden. Iedere minuut is er weer eentje.’Client: ‘Maar dát is niet de bedoeling!’
Tekst: Ellen de Ruiter
Zo, een onvervalst staaltje provocatief coachen. In zeer verkorte versie uiteraard, maar het geeft wel de essentie weer: uitdagen en provoceren. En dat doe je dan met veel humor en zulke volslagen onzin dat de cliënt uiteindelijk zelf de oplossing maar gaat bedenken. Of zoals provo-goeroe Jeffrey Wijnberg de kern van deze techniek weergeeft: ‘Je helpt de cliënt zo ontzettend niet, dat hij zichzelf wel móet helpen. Je daagt ze uit om zelf na te denken. Om zelf op zoek te gaan.’
Therapy in action Wijnberg: ‘Provocatief coachen is boven alles plezier. Lol maken, geinen en keihard lachen. Natúúrlijk, mensen komen bij je met een probleem en dat is van oorsprong een serieuze aangelegenheid, maar daar hoef je niet al te voorzichtig mee om te gaan. Het is therapy in action: lachen met je cliënt terwijl je werkt aan serious business. Waar traditionele coaches vragen: vertel eens wat je dwars zit, gaan de provocatieven dwars tegen alles in. Het mooie daaraan is dat je mag zeggen wat er in je opkomt. Dat geeft je als coach een veel leukere positie. Je lacht je dood tijdens zo’n werkdag. In plaats van dat de cliënt gaat zitten zeuren, ga jij het doen. En dat biedt ongekende mogelijkheden. Daar waar je bij traditionele coaching altijd reserves moet houden, kun je in de provocatieve variant helemaal los gaan.’
‘Je mag aan de slag met stoute gedachten’, vult Karin de Galan aan. Zij is ook provocatief coach en dus óók iemand die graag lacht om de problemen van cliënten. Leuk: lachen dus. Haha. Maar wat heeft de cliënt daar aan?
‘Je daagt je cliënten uit om normaal gedrag te vertonen’, antwoordt Wijnberg. ‘Als therapeut doe je zó gek, dat de cliënt wel normaal móet worden. Je helpt cliënten grofweg omdat ze zich tegen je afzetten (‘Ik heb wel degelijk iets bereikt’), ze assertiviteit vertonen (‘Zeur nou niet de hele tijd over mijn moeder, daar gáát het niet om’) of zichzelf gaan verdedigen (‘Je hebt het nu steeds over dat ik zo lui ben, maar…’). Voor een toeschouwer lijkt het misschien alsof de coach zijn cliënt afzeikt, maar dat is het niet. Het is een uitdagende manier om de cliënt zelf tot een inzicht te laten komen en ze de realiteit onder ogen te brengen. En die realiteit, dat is een kwartje dat moet vallen. Dat heeft tijd nodig.’
Het is therapy in action: lachen met je cliënt terwijl je werkt aan serious business
De Galan: ‘Humor is het glijmiddel voor contact. Door samen te kunnen lachen, bouw je iets op. Het is net als in een goeie relatie. Hoe beter het contact hoe meer grapjes je kunt maken en vice versa. Heel belangrijk in dit contact is overigens met welke ondertoon je provoceert. Voeg warmte toe. Laat tussen je grapjes en provocaties door merken dat je het beste voor hebt met je cliënt. En méén dat ook echt. Je zit fout als je denkt: zo ik zal jou eens even een lesje leren. Provocatief coachen heeft alles te maken met een goed contact met je cliënt, je proberen in te leven, liefde voor ze te voelen.’
Heldensyndroom
Bij loopbaancoaching is het feest, meldt Wijnberg. ‘Inderdaad, we hebben geen banen voor bejaarden of niksnutten…’ Ook leuk: de mensen die komen voor een re-integratietraject. Wijnberg: ‘Die gaan zitten, vertellen dat ze voor het re-integratietraject komen en wachten af. Ze stellen zich totaal afhankelijk op. Ik blijf net zo lang doorouwehoeren totdat ze die opstelling laten varen en zelf het heft in handen nemen.’ (zie kader op volgende pagina) Daar is ‘ie weer: eigen inzicht, jezelf een stap verder helpen. Wijnberg: ‘Coaches krijgen vaak het heldensyndroom toebedeeld. Zij zijn er om de cliënt te redden. Maar zo werkt het niet. De magie moet van de coach komen, de grootste leermeester is het leven zelf.
En dat leerproces mag ook best uit het leven van de coach zelf komen, vult De Galan aan: ‘Je kunt prima anekdotes uit je eigen leven vertellen, zij het in dienst van de cliënt. (‘Jij planmatiger werken? Houd toch op! Ik probeer het al 15 jaar en het is mij ook nog nooit gelukt!’). Dit betekent automatisch dat je als provocatief coach veel aan het woord bent en continu contact maakt. Het is hard werken, maar dat maakt het des te leuker. Je krijgt niet de kans om in te dutten en in je hoofd een boodschappenlijstje te fabriceren, je moet scherp blijven.
Timing
Humor betekent timing. Een verkeerd getimede grap kan veel ellende veroorzaken. Weet je nog die Philipsmedewerkster en Máxima? (Iets met ‘Go fuck yourself’). Wanneer kun je nu precies met een goeie grap uit de startblokken? ‘Luister naar je gevoel’, tipt De Galan. ‘En ga op zoek naar incongruentie. Meent de klant wat hij zegt of bespeur je tegenstrijdigheid? Bijvoorbeeld dat iemand ‘eigenlijk’ ander werk wil. Zo ja: provoceer!’ Wijnberg: ‘Het is bijna een vorm van helderziendheid. Je speelt in op de informatie die je krijgt. Je moet mensen doorhebben. De boodschap achter de boodschap lezen.’ De Galan: ‘In veel loopbaantrajecten, bijvoorbeeld, zie je vaak het willen en kunnen verhaal. Voor veel mensen is het niet een kwestie van niet kunnen - zoals ze zelf beweren - maar van niet wíllen. Ik had eens een cliënt die me vertelde dat het hem ineens niet meer lukte om klanten binnen te halen. Wat hem in de twintig jaar ervoor wel altijd gelukt was, kreeg hij nu niet meer voor elkaar. Hij vertelde ook dat hij vaak moeite had om van de bank af te komen en de telefoon te pakken. Een gebrek aan willen dus, niet aan kunnen. Dus provoceerde ik: ‘Jij móet ook helemaal geen klanten meer binnenhalen, want jij moet óefenen! Over een jaar of vijf ga je met pensioen en dan moet je de hele dag op de bank zitten. Dat is natuurlijk niet niks en daarom is het ook zo handig om nu alvast te gaan proefzitten. Doe je dit niet, dan is de overgang straks véél te groot voor je.’ Na die sessie ging die man als een idioot aan de slag. Een week later had hij al van alles geregeld en vertelde hij me dat ons gesprek steeds bij hem terugkwam. Iedere keer als hij op de bank wilde gaan zitten, hoorde hij mijn stem. En hup, daar ging ‘ie dan weer: als een speer het werk.’
De magie moet van de coach komen, de grootste leermeester is het leven zelf
En daar hebben we gelijk een ander belangrijk aspect van provocatief coachen te pakken: humor werkt niet alleen op het moment an sich, maar ook later als de cliënt weer tegen het probleem ‘opbotst’. Op dat moment komt de goed bedoelde ‘schop onder de kont’ van de coach weer naar boven. ‘Humor is een geweldig anker’, weet De Galan. Een stappenplan hoeft de cliënt dan ook niet mee naar huis. ‘Je eindigt een sessie gewoon met: ‘Hans, kruip maar weer lekker op die bank jongen.’
Heilig
Het gebeurt: mensen die zich hardop afvragen of hun coach hen wel serieus neemt. Wijnberg: ‘En dan kom je bij een onderliggend filosofisch principe: de cliënt losweken van zijn overtuigingen. Dus: Ik neem jou wel serieus, maar die problemen van je zijn om te gillen. Mensen vereenzelvigen zich te veel met hun problemen. Dat probeer je als provocatief coach los te trekken. Hier zijn verschillende technieken voor. De meest gebruikte is overdrijving, werkt echt op de lachspieren. Klaagt iemand dat hij zoveel voor anderen doet en daardoor nooit aan zichzelf toekomt, dan verklaar ik hem heilig, zeg dat er nog maar weinig heiligen zijn en dat we die met z’n allen op handen moeten dragen. Vervolgens doe ik het levensverhaal van Jezus uit de doeken om te besluiten met: dus pas op, jouw levensstijl kan je doen eindigen aan het kruis. Klagers pak je aan door er een flinke schep bovenop te doen: ‘Ik kan het je nog veel sterker vertellen…’. Als je dat maar extreem genoeg doet, houd je de cliënt niet alleen een spiegel voor maar laat je hem ook opschuiven naar meer aangepast gedrag.’
Client: ‘Ik kom voor het re-integratietraject.’
Coach: ‘Traject? Traject? Oeh, daar heb ik toch altijd zo’n moeite mee.’
Client: ‘Hoe zo?’
Coach: ‘Tja, wat is nu een traject. Wat is het begin en wat is het eind? Ik weet het niet hoor.’
Client: ‘Maar als u het niet weet...’
Coach: ‘Ja nou ja, ik weet er wel een beetje vanaf, maar niet bij u. Als ik u zie, dan denk ik: geen idee hoe we dit nu moeten aanpakken.’
Client: ‘Nou we zouden bijvoorbeeld kunnen beginnen met...’
Ieder fatsoenlijk mens weet dat er zijn grenzen aan waar je grappen over kunt maken. Toch? ‘Ik heb grenzen’, zegt De Galan. ‘Gouden regel voor mij is dat ik het niet-effectieve gedrag moet kunnen accepteren voordat ik het ga veranderen. Als iemand bijvoorbeeld zou slaan, dan kan ik niet met warmte provoceren, want dat keur ik echt af. Maar ik kan me zo voorstellen dat voor iedere coach de grenzen ergens anders liggen. In een tbs-kliniek zal zo’n sessie er bijvoorbeeld heel anders uitzien.’ Wijnberg is een hardcore provocateur. Geen traditionele coaching bij hem op de stoel, hoe ernstig ook de situatie. ‘Met de traditionele coaching loop je al gauw vast’, vindt hij. ‘Je blijft hangen in gevoelens, gedachtes en gebeurtenissen uit het verleden. Provocatief coachen kan het probleem snel openbreken naar een ander perspectief. Daardoor komen mensen heel snel tot verandering.’ En natuurlijk gaat het ook wel eens helemaal mis: cliënten die al na een paar minuten weglopen. Maar, zeggen Wijnberg en De Galan, de uitvalcijfers zijn verbazingwekkend laag. ‘En’, voegt Wijnberg toe, ‘je hebt ze dan toch op één of andere manier geraakt. Dat betekent waarschijnlijk dat je de kern van hun probleem hebt blootgelegd.’
Liefde
Of iedereen het kan? Je moet coach-ervaring hebben, meent De Galan. Minimaal drie jaar. En de humor? Dat is te leren, zeggen beiden. Je hoeft niet van nature retegrappig te zijn om het te kunnen. Wijnberg: ‘Als je provocatief bezig bent, word je vanzelf grappiger. Toen ik begon was ik zowat de meest ongeschikte persoon op aarde. Ik was de traditionele brave, serieuze, geduldige en meelevende therapeut die het niet in zijn hoofd haalde om rare dingen tegen zijn cliënten te zeggen. Maar wat was ik jaloers toen ik Frank Farrelly, de grondlegger van deze methode, in 1986 voor het eerst aan het werk zag. Ik dacht: hoe is het mogelijk dat hij met zijn cliënten kan lachen en ik niet. Dat wilde ik ook.’ De Galan: ‘Iedereen heeft humor. Het lastigst is, denk ik, om te leren dúrven. Je moet soms gekke dingen uithalen als coach. Toneelspelen, op de tafel springen, met je stem spelen, zingen, jammeren en noem maar op. En die liefde voor de cliënt hè. Als het je niet lukt om met liefde naar je cliënt te kijken, dan werkt ook je humor niet.